De koningspoort : de echte ingang van Duinkerke
Jean-Luc Porhel

Als versterkte stad tot de omwalling in 1934 met de grond gelijk werd gemaakt, was Duinkerke niet echt gemakkelijk van toegang. Om erin te komen moest men door wijde onbebouwbare,onbeplante glacis, midden de omwalling, over de grachten om uiteindelijk een bewaakte en 's nachts gesloten poort te bereiken.

Midden XVIIde eeuw, verdedigen acht poorten de stad, drie daarvan waren de overblijfselen van de antieke bourgondische omwalling : de Noordpoort naar de haven, de Oost- of Nieuwpoortse poort, de Zuid- of koningspoort. Maar in feite, deze twee, waarvan de ligging meermaals veranderd is ten gevolge van de uitbreiding van het versterkte netwerk, vormen de twee enige echte stadsingangen en zo worden ze de nevralgische punten van alle stadsbewegingen.. De Nieuwpoortse poort is de enige band met plaatsen in het oosten zoals Zuidkote, Gijvelde, Veurne, Nieuwpoort, Brugge... terwijl de koningspoort alle uitwisselingen met de steden van Binnen-Vlaanderen op zich neemt.

Daaruit volgt een intens verkeer tussen deze twee poorten die uiteindelijk echte "bottlenecks" worden. Zo kent de Nieuwpoortse poort een constante verstopping die problematisch op maarktdagen wordt, tot grote spijt van de inwoners van de Lage-Stad die hebben daar hun enige toegang naar de binnenstad.

De eerbiedwaardige Zuidpoort verdwijnt in 1683 met de oude middeleeuwse muur,en maakt plaats voor een nieuwe monumentale poort geopend in de door Vauban aangelegde omwalling.

Gelegen ten hoogte van de zuidstraat, in de verlenging van de koningsstraat, doorboort zij de omwalling tussen de Sainte-Thérèse en Saint-Louisbastions, tegenover een ravelijn waaraan zij met twee bruggen verbonden wordt .

De weg die daarlangs komt scheidt iets verder naar de Lage-Stad via een derde brug over de Moerenvaart.

Na de vernietigingen opgedwongen door het funeste Verdrag van Utrecht in 1713, verdwijnt de ravelijn met de vulling van de grachten, plaats makend voor een landstrook omringd door de Veurne- en de Moerenvaart. Alleen de laatste brug naar de Lage-Stad blijft over, die dan koningsbrug word genoemd. Tussen die en de koningspoort liggen braake landen die de koning uiteindelijk in december 1754 aan particulieren afgeeft. Mooie huizen worden dan opgericht aan beide kanten van een nieuwe straat, de (verlengde) koningsstraat. Ze komt met de huidige rue Albert Ier overeen die behoud vandaag nog mooie resten van deze huizen, allemaal na 1754 gebouwd.

De koningspoort, tussen huizen vastgeklemd, verliest dan haar oorspronkelijke functie.Tegelijk met het tracé van de nieuwe weg in 1754 beslist het Magistraat van Duinkerke ze af te breken en aan het einde van de verlengde straat te herbouwen.

Zo moet de mooie poort zonder gewelf met verdieping, het wachthuis ten oosten en het huis ten westen worden afgebroken. Een nieuwe afsluitingsmuur en wachthuisje worden onmiddelijk gebouwd aan het einde van de nieuwe straat. Maar deze heeft niets meer monumentaals en vormt in feite een eenvoudige barrière met een opening voor wagens geflankeerd met twee anderen voor voetgangers. In feite blijkt haar aanwezigheid alleen maar rechtvaardig voor de goederencontrole, opgedrongen, verplicht gemaakt door de handelsvrijstelling waarvan de Lage-Stad uitgesloten is. Na de afschaffing van dit voorrecht in 1754 heeft de koningspoort geen nut meer en verdwijnt op haar beurt, slachtoffer van de slopers.